Log inRegister
An error has occurred:

Click anywhere to continue...
Part:
Chapter:
Download hier de bijlagen:

V.2.2.4. Het clanmotief 533

Bij het begin van het eigenlijke verhaal, de Pinksterdag waarop Nobel zijn hofdag wil houden, zien we dat alle dieren iets over Reynaert te klagen hebben:

     Doe al dat hof versamet was

     Was daer niemen sonder die das

     Hine hadde te claghene ouer reynaerde (A57-59, F57-59 en B67-68).

Alle dieren, behalve Grimbeert de das! De das is namelijk naaste familie van de vos: ze behoren tot dezelfde clan, en als men tot dezelfde clan behoort, schept dat verplichtingen. Bovendien slaat de schande die een van de clanleden zich op de hals gehaald heeft terug op de andere leden534. Dat kan voor de bijna even sluwe Grimbeert ook een reden geweest zijn het voor Reynaert op te nemen. Het is dan niet zozeer hulpvaardigheid (welke verplichting hij overigens ook heeft) als wel eigenbelang. Voor de hand liggend is, dat de beweegredenen niet strikt te scheiden zijn. Op de beschuldiging van Cortoys, dat Reynaert hem een worst zou hebben ontstolen, repliceert Grimbeert in hs. B287-289:

     Reynaert is een gerechtich man

     Die geen onrecht gedogen en kan

     Ende dair om haet hi die quade.

Precies op dezelfde manier zal Reynaert zichzelf later trachten vrij te pleiten: hij is de goedheid zelve, die alleen geprobeerd heeft de slechte daden van de anderen te verijdelen of te bestraffen.

Deze sluwheid is duidelijk een familietrek. Grimbeert wordt ten tonele gevoerd als:

     Die reynaerts broeder sone was (A178, F174 en B186),

en hij weet die karaktereigenschap ook ten aanzien van Reynaert zelf te gebruiken om hem mee naar het hof te krijgen, zoals we eerder gezien hebben, waarop Reynaert reageert met:

     Tis best dat ic myt v ga daer

     Want dair is gebrec van mynen rade535.

   Als Reynaert dan toch veroordeeld wordt, vertrekt Grimbeert,

     Met reynaerts naeste maghen (A1888, F1883 en B1919),

waaronder "menich ionghelinc" (A1896, F1891 en B1925), "Die reynaerde na bestoet" (A1898, F1893 en B1927). Nobel maakt zich hier zorgen om en bij een tweede gelegenheid, als Reynaert opnieuw voor hem staat na door Grimbeert gewaarschuwd te zijn (B3755-3776), lijkt de vermelding van de aanwezigheid van diens "magen" (B4386-4387) een goede reden om Reynaert de gelegenheid te geven zich dan te verdedigen. En niet ten onrechte, zoals blijkt uit de dreigende woorden van Rukenau in B5076-5083:

     Men sel noch vernemen omlanck

     Wie best vordel weerdich is off sy

     Van synen magen heer alsegdi

     Dat si en verscuuen ende versteken

     Om sijn loosheit ende sijn treken

     Dat woudic dat een ander sprake

     Dair off soude comen sulke wrake

     Dat hem soud dencken alle zijn dagen.

Nobel is hier blijkbaar gevoelig voor, want hij belooft Reynaert niet te zullen lastig vallen, als deze erin slaagt zijn onschuld aan te tonen,

     Ende meest om beden wil van sinen magen (B5247),

nadat hij zich voor zijn woedeaanval verontschuldigd heeft.

   Overigens komt het Reynaert helemaal niet slecht uit dat Grimbeert en zijn familie het toneel verlaten in A1887-1888, F1882-1883 en B1918-1923, omdat hij Grimbeert nu de rol van (dronken) boodschapper in zijn verhaal van de samenzwering kan toebedelen en in hs. B2303-2312 tevens Grimbeerts vrouw. Eveneens is het minder riskant zijn eigen vader van medeplichtigheid beschuldigen in afwezigheid van de clan, die hij daarmee zou hebben verloochend, maar waardoor hij wel het vertrouwen van de koning wint536.

 

Als Reynaert later vertelt dat zijn vader zich, nadat Reynaert zijn schat weggehaald had, verhing, doet hij dat in hs. B2499-2500 als volgt:

     Doe dede hi dat ic lange mach clage

     Want hi van toorn hem seluen hynck.

Reynaerts vader was immers voor alles clanhoofd. En de schande van deze zelfmoord slaat dus ook terug op Reynaert en de andere clanleden537. Net zoals Reynaerts veroordeling haar terugslag heeft op Grimbeert en de anderen.

   Het is derhalve zaak voor Reynaert de koning duidelijk te maken, dat hij een leugenverhaal opgehangen heeft538. Hij doet dat door het terugzenden van de kop van de vermoorde Cuwaert. Bellijn neemt daarvoor weliswaar de verantwoordelijkheid op zich, geheel zonder risico's is deze actie toch niet, getuige de reacties in hss. A en F.

   Verder probeert Reynaert (in het tweede deel van de geschiedenis) zijn vader positiever gewaardeerd te krijgen door het verhaal van Nobels vader te vertellen, die ziek was en genezen werd door Reynaerts vader (B5919-6039)539. Het clanmotief speelt in het tweede deel van Reynaerts historie toch een aanmerkelijk grotere rol van betekenis. Ten eerste door het veelvuldig optreden van Rukenau540 en het vermelden van haar echtgenoot Mertijn de aap, maar ook doordat zijn "magen" hem hebben laten vallen (B4296-4299 en B4386-4389),

     Ende dat conde hi wel verdienen (B4299),

maar:

     Diet nochtant zoude deren

     Heer coninc dat gi my sout ontheren (B4389-4390).

Nobel gebruikt het daarentegen als een argument in zijn voordeel als hij Rukenau van repliek tracht te dienen in B4837-4839:

     Hy en heeft oec nyement die sijns bewijnden

     Hem en wil helpen maech noch vrient

     Also heeft hijt ouer al verdient.

Zij bestrijdt dat echter in B5077-5108. Ze zegt dat "reynaerts mage":

     Die lijff ende goet bi hem souden wagen (B5094).

En ook zijzelf:

     Jc bin sijn moey al bin ic een wijff

     Jc soude mijn goet end ooc mijn lijff

     By hem setten had hi noot

     Dair toe heb ic drie kijnder groot

     Vol wassen van liue sterc ende coen

     Die ic voor hem set had hijs te doen

     Eer ic hem liet verderuen

     Nochtan soud ic lieuer steruen

     Dan ic se voor mijn dode sage

     So grote liefte ic tot hem drage (B5099-5108),

waarna Nobel het Reynaert toestaat, het woord te voeren,

     Ende meest om beden wil van sinen magen (B5247).

Als aan het eind van het verhaal het grote tweegevecht tussen Reynaert en Ysegrim zal plaatsvinden, staat er expliciet:

     Al reynaerts magen bleuen hem by (B6794 en C6794).

Ze gaan zelfs mee naar het strijdperk (B6893 en C6893) en Reynaert belooft zijn best te zullen doen, zodat al zijn "magen" in de eer zullen kunnen delen (B6941-6944 en C6940-6943). En ze leven mee met Reynaert (B7117-7121 en C7110-7114)! En ze zijn blijkbaar zo belangrijk, dat ze als argument aangevoerd worden als Reynaert om zijn leven smeekt:

     Want mijn wijff ende mijn kijnder

     Ende mage meer ende mijnder

     Sellen voor v knyelen door v eer

     Daert die coninc sit onser heer

     Ende alle die dair bi begeert

     Ende bidden v dat gi uwen neef reynaert

     by uwer genaden wilt laten leuen (B7246-7252 en C7240-7246).

Aan de andere kant functioneren de "magen" ook als bedreiging:

     Ic kenne ende lye dat gi wel sout

     Mi nv hier doden off gi wout

     Mer wat lage v hier an

     Ghi most v altijt hueden dan

     Voor mijn mage ende mijn geslachte (B7266-7270 en C7260-7264).

   Zover komt het echter niet, want Reynaert komt uiteindelijk als overwinnaar uit de strijd. Als hij (B7566-7591 en C7561-7586) door Nobel gerehabiliteerd wordt, danken:

     Alle reynaerts magen die by hem staen (B7592 en C7587),

de koning hiervoor.

 

Vorig hoofdstuk: V Het corruptiemotiefVolgend hoofdstuk: V Het bijgeloofsmotief